Deel 1 van 5 · “La planche des Belles Filles”
“La planche des Belles Filles” Een fantastische fietsreis!
1 Hoe het begon!
Nadat ik vorig jaar voor een goed doel de Stelvio was opgefietst, ontdekte ik dat het eigenlijk best héél leuk is om bergen te be-fietsen! Dit nieuwe inzicht lag nog vers in mijn geheugen toen ik afgelopen najaar de plannen voor “La Planche des Belles Filles-tocht” voorbij zag komen.
Een 8-daagse fietstocht van 1000 kilometer, georganiseerd door “Chasse Patate”, dezelfde groep waarmee ik 2 jaar geleden langs de 7-trapisten brouwerijen was gefietst in de Ardennen. Aangezien ik daar hele goeie herinneringen aan heb schreef ik me vol vertrouwen in voor nieuwe uitdaging. “Er zal wel wat geklommen worden” dacht ik, aangezien deze tocht onder andere door het Zwarte Woud en de Elzas zou voeren.
Natuurlijk schrok ik wel een beetje toen ik zag dat er 15000 hoogtemeters gepland waren. Maar het is toch grappig wat je brein dan doet: “ach, 15000…..die Stelvio was 2000 en dat lukte ook“ zegt mijn positieve stemmetje. “Ja, maar dat was slechts 1 klimmetje Maggie, daarna was het klaar” zegt vervolgens de interne criticus! Ik luister niet graag naar die laatste.
Dus ik schreef me in voor “La Planche”, met het voornemen om keihard te gaan trainen.
Ik schafte mezelf een Join-trainingsapp aan, zodat ik een optimaal en op maat gemaakte training kon maken.
Dat trainen blijkt in de praktijk toch echt wel lastiger dan ik dacht. Het was dit voorjaar langdurig slecht weer met veel regen en wind, niet altijd leuk om dan buiten te gaan fietsen.
Dus toen ik de beschikking kreeg over een Tacx werd ik wat blijer; ik kon binnen fietsen, zonder dat mijn fiets (of ik) vies werd. Maar ja…..3 uur lang op een fiets zitten tussen het strijkgoed (want mijn Tacx staat bij mijn strijkplank) is ook niet heel inspirerend.
Daarnaast moet er ook nog gewoon worden gewerkt. Dus netto trainde ik dit voorjaar toch minder veel dan ik had gewild.
“Okee, dán in de weekenden lange ritten maken” dacht ik.
Zo ben ik meegegaan met het WTC-finitiatief “Van dak tot dak” om het klimmen te oefenen. Een supermooie rit van Ronald, vol met uitdagende klimmetjes, van het hoogste punt in Nederland (Drielandenpunt in Vaals) naar het hoogste punt in België (Het Signaal van Sotrange).
En vlak voor ons vertrek heb ik op Hemelvaartsdag samen met Rob en Otto 170 kilometer gefietst van Culemborg, over de Posbank en via Nijmegen en weer terug naar Culemborg; totaal natgeregend en koud waren we, het kwam die dag niet boven de 10 graden en regende behoorlijk.
2 Bijna is het zover…
Al een week voor vertrek ben ik bezig met het pakken van mijn spullen, ik hou rekening met allerlei weer-scenario’s; fietsbroeken die wind en regenafstotend zijn, lange pijpen, windjacks, thermoshirts met lange mouwen, mutsen, winterwanten, overschoenen, sjaaltjes. Alles gaat mee, want ik wil het niet koud hebben!
Daarnaast nog extra binnenbanden, een buitenband, voldoende luchtpatronen, gelletjes, repen, bidons, schoonmaakspullen, crème Chamois!, bedenk het maar: het gaat mee!
Mijn fiets krijgt nog een laatste check bij een zeer behulpzame Joop (ik moet er niet aan denken dat mijn remmen versleten zijn terwijl ik in de afdaling zit).
Tja, en dan ineens is het zover! Trainingsapp Join zegt “u bent er klaar voor” en ik denk “oh ja?”.
Vrijdag 22 mei, ik ben er klaar voor! Om 13 uur word ik opgehaald door Rob voor het drie-en-een half uur durende ritje naar Bastogne waar het hotel is waarvandaan we zullen vertrekken.
Maar; wij blijken niet de enigen te zijn die die kant op rijden, half Nederland is bezig met een uittocht vanwege het Pinksterweekend. We komen uiteindelijk om 20 uur aan bij het hotel, we hebben er 7 uur over gedaan, maar hee; We zijn er!
In het restaurant ontmoet ik voor het eerst de hele groep. Sommigen ken ik al, sommigen zijn nieuw. We zijn er allemaal klaar voor denken we, we proosten op het avontuur, we zijn nog fris! Ik bekijk al mijn fitte medefietsers en denk alleen maar “gaat het me echt lukken?”
3 De reis
Dag 1 Zaterdag 23 mei
Bastogne (België) naar Eppelborn (Duitsland)
157,6 km en 2495 hoogtemeters
De wekker gaat om 7 uur, uitslapen is er niet bij de komende 8 dagen.
We ontbijten beneden in het hotel, waar ik mijn medefietsers tegenkom. Allen gekleed in hun fietsoutfit, speurend langs het ontbijtbuffet met bordjes croissants, gebakken eieren, fruit, kwark en koffie.
Onze koffers en kratten worden door Hans vakkundig in de bus gezet, zodat ze meegaan naar de volgende bestemming 157 km en 2500 hoogtemeters verderop.
Om half 9 lopen we naar de fietsen die in de kelder van het hotel mochten staan en begeven we ons naar de openbare weg. Banden worden nog gecheckt op spanning, zitten de naambordjes wel op de fietsen, heeft iedereen de spullen voor onderweg, zijn de bidons gevuld, de gebruikelijke routines voordat je gaat fietsen.
Buiten merken we hoe warm het is; we kunnen fietsen in kort kort!
Nog een groepsfoto en dan zijn we op weg! Heerlijk hoe we als peloton Bastogne uit rijden in de frisse ochtendzon.
De eerste 20-30 kilometer van de route voert ons over een fietspad van betonplaten dat vrij egaal ligt, beschut door aarden wallen en bomen. Regelmatig voert het pad ons door oude treintunnels. Het blijkt een oud treinspoor te zijn waar kolen werden vervoerd.
Dan leidt de route ons over grotere autowegen en dienen zich af en toe wat hoogteverschillen aan, tot we tegen een wegreconstructie aan komen en de geplande route volledig anders moet. Maar ook dit gaat goed, er zijn meerdere wegen naar Eppelborn! Na een lekkere klim op een grote autoweg wachten we in het eerstvolgende dorpje tot de groep weer bij elkaar is. Heel ontspannen staan we daar, nietsvermoedend van de monsterlijke uitdaging die nog geen 200 meter verderop op ons wacht…
Zodra we weer compleet zijn peddelen we door, kronkelend langs wat oude gebouwen. We slaan linksaf en staan dan oog in oog met het monster: een muur van 20% waar we tegenop moeten! Paniek in mijn brein! Direct gevolgd door: “kom op Maggie, het lijkt vast erger dan het is”. Maar nee……het is werkelijk afschuwelijk! Nog langzamer dan stapvoets probeer ik uit alle macht mezelf naar boven te trappen, terwijl de zon inmiddels stevig brandt en meerdere auto’s achter mij heel geduldig achter me aan rijden en wachten tot ze me kunnen inhalen. Ik denk alleen maar: “als ik val, zal die auto dan over me heen rijden?”
Voor me zie ik hoe de rest van de groep naar boven strijdt en dan knak ik mentaal. Ik klik mijn voet uit mijn rechterpedaal en sta direct stil. Met moeite kom ik van mijn fiets af en loop de laatste 50 meter omhoog. Niet te doen dit! Guy is me intussen even komen opzoeken en fietst stapvoets naast me. Als de weg weer wat vlakker is en ik weer kan opstappen fiets ik naar de geduldig wachtende groep en roep dat ze verder mogen. Inwendig denk ik “waar ben ik aan begonnen?”.
Tijdens de uitgebreide, heerlijke lunch die Hans voor ons heeft klaargezet op de parkeerplaats van de plaatselijke brandweer is het inmiddels echt heet. Ik heb het benauwd, kan de warmte niet goed kwijt. Mijn hartslag blijft hoog en ik voel me niet zo lekker. “Zal zo wel zakken als we weer gaan fietsen” denk ik.
Ik stap weer op de fiets en voel dat mijn benen niet fris zijn, maar dat is wel vaker na een pauze denk ik.
Na weer wat kilometers komen we aan in Wasserbillig; daar is een pontje waarmee we de Moezel oversteken, wat tevens de grens tussen Luxemburg en Duitsland blijkt te zijn. Het wachten op de pont is wel even fijn denk ik, dan kan mijn hartslag weer even zakken en misschien verdwijnt dan ook die misselijkheid. Maar het lukt niet zo, de hoofdpijn blijft en mijn benen lijken verzuurd bij elke krachtsinspanning. En ik kan nog steeds die warmte niet kwijt.
Aan de overkant fietsen we een heel stuk langs de Rijn onder wat bomen langs. “Een beetje schaduw zal me goed doen” denk ik. Maar het blijft zwaar. Elk stukje vals plat wat komt voelt zwaar en mijn hartslag blijft continu hoog. Het is zo’n moment dat fietsen niet zo leuk is en de gedachte om te willen stoppen neemt toe. Op deze manier ga ik het geen 8 dagen volhouden.
Op mijn navigatie zie ik dat er bij 103 kilometer weer een flinke klim begint. Ik weet dat Hans met de bus op weg is onze kant op en Frits vraagt me: “doe je de klim nog, of wacht je hier op de bus?”
En dan is het helder in mijn hoofd: ik stop nu!
Wat een heerlijke beslissing is dat; ik mag stoppen met afzien en in de schaduw gaan zitten wachten, afkoelen, mijn hartslag laten zakken. Mijn pelotongenoten zijn al uit het zicht, begonnen met de klim. Ik voel een heel klein beetje teleurstelling dat het me niet is gelukt, maar vooral veel opluchting dat ik dit niet meer hoef te doen.
Niet lang daarna komt Hans en wordt mijn fiets in de bus gezet en mag ik naast hem plaatsnemen op de voorbank. Hij rijdt de beklimming op waar mijn fietsgenoten ook naartoe zijn gegaan. Het is een steile klim, de bus moet soms helemaal terugschakelen naar de eerste versnelling om uit een bocht weer op te trekken. Één voor één halen we de fietsers in, de achtersten hebben het ook zwaar en vechten hun weg de berg op. En als we eindelijk helemaal boven een dorpje in rijden zien we de rest van de groep die in de schaduw van een paar grote bomen wachten tot iedereen er weer is. Iedereen heeft moeite met de warmte en is dankbaar voor al het water dat Hans in de bus mee heeft. Roy, die de hele tijd naast me heeft gefietst tijdens de klimmetjes, ligt stervend op zijn rug en verzamelt alle kracht van het universum om weer verder te rijden.
De bidons worden bijgevuld en er wordt tijd genomen om een beetje te herstellen.
We beseffen dat het een hele vreemde gewaarwording is om afgelopen weken te hebben getraind in temperaturen onder de 10 graden met veel regen en nu ineens intensief te bewegen in 30 graden of meer.
Dan vervolgt de groep hun weg en ik rij met Hans en Frits naar de laatste pauzeplek. Het is een vak apart wat Hans doet; de route navigeren naar de pauzeplek, zorgen dat je daar eerder bent dan het peloton, inventariseren of er voldoende water is en of er eventueel een winkel in de buurt is waar extra water gehaald kan worden, en zorgen dat de snacks klaar staan.
We vinden een mooi plekje met schaduw en niet veel later zie ik mijn fiets matties tegen de beklimming op dichterbij komen. Eén voor één parkeren ze de fiets bij de bus en ploffen neer in het gras. Het is een prachtige plek, uitkijkend over golvende weilanden, ver uitzicht, blauwe lucht.

Na de rust moeten ze nog 30-40 km tot het hotel in Eppelborn, dus zodra iedereen weer op pad is zet Hans het gas erop en koersen we naar de plaats van bestemming. Na enig gepuzzel om het juiste hotel te vinden en uiteindelijk de juiste sleutels te krijgen die passen bij de juiste kamers (zucht), is alles dan toch geregeld. Zodra de groep aankomt merken zij niks van de stress die we hebben gehad!
Onze race fietsen mogen op de hotelkamers staan, zodat we ernaar kunnen kijken als we in slaap vallen.
Wat is het heerlijk om na deze eerste dag schoon te spoelen en om te kunnen afkoelen. Ik ben niet de enige die het zwaar heeft gehad vandaag. En Roy heb ik onderweg zien sterven, maar opgeven stond niet in zijn woordenboek en hij heeft deze etappe volbracht.
