Ga naar de inhoud
WTC Culemborg

WTC Culemborg

Wielertoerclub Culemborg

  • Home
  • Fietsen bij WTC
    • Gezelligheidsrijders
      • Informatie
      • Voorbeeld routes
    • Toerrijders
      • Groepen overzicht
      • A Groep
      • B Groep
      • C Groep
      • D Groep
      • Dames Groep
      • Toerfietsen in de winter
      • Winter MTB programma
    • Een keer mee fietsen…
    • Lidmaatschap WTC
    • Veilig op weg
      • Gezelligheidsrijders
      • Toerrijders
  • Clubritten
    • Clubritten Gezelligheidsrijders 
    • Clubritten Toerrijders
    • Speciale Clubritten
    • Finitiatieven
  • Kalender
  • De Lekrijder
  • Foto’s & Video’s
    • Foto’s
    • Foto’s G-Rijders
    • Video’s
  • De Club
    • Over
    • Bestuur
    • Huishoudelijk Reglement
    • Vertrouwenspersoon
    • Sponsoren
    • Contact
  • Leden
    • Inloggen
  • Toggle zoekformulier

Hitte, hoogtemeters en een tweede kans

Geplaatst op 13 augustus 202613 augustus 2026 Door Patrick

Deel 2 van 5 · “La planche des Belles Filles”

Dag 2 Zondag 24 mei

Eppelborn naar Rastatt (Duitsland)

159,7 km, 1258 hm

Ik ben gespannen na de dag van gisteren: ik kon het niet volhouden, mijn lijf had het zwaar met de hitte en met de inspanning. Ik ben zenuwachtig voor het klimwerk dat gaat komen; mijn hartslag ging gister zo snel omhoog dat ik niet kon herstellen, hoe ga ik vandaag die kilometers volhouden?

Otto stelt voor dat ik ga fietsen zonder te kijken naar de hoogteprofielen die Garmin me laat zien, en alleen letten op mijn hartslag. Ik besluit dit advies op te volgen en merk dat ik langzamer ben dan de rest, maar dat ik het nu wel heel goed volhoud! Langzaam groeit mijn zelfvertrouwen weer. De groep wacht elke keer op mij en als ik aankom dan wuif ik dat ze weer verder kunnen, zo heb ik het gevoel dat we een goed team zijn.

Tijdens de eerste klim van de dag blijven Otto en Guy in mijn buurt; terwijl ik me focus op mijn ademhaling, mijn hartslag en mijn trapfrequentie, praten zij over AI en konijnen met lange oren. Zo voelt het fijn!

Opvallend aan de route van vandaag is dat we kilometers langs een spoorlijn meanderen, dan weer aan de noordzijde, om een paar kilometer verderop weer over de rails over te steken en aan de zuidzijde verder te toeren. Kriskrassend door dorpjes en weilanden, soms op landweggetjes waar we de krekels hun kelen horen uitzingen! We ruiken de zoete geuren van bloeiende lindebomen en rozenbottels, de pluizen van populieren dwarrelen door de lucht en overal liggen zaadjes van acaciabomen. (Dat laatste leren we van Peter, die tevens imker is en ontzettend interessante verhalen kan vertellen over bijen en hoornaars. En bijen maken heerlijke honing van de acacia bloesem.)

Einde van de dag komen we aan in Rastatt waar ons hotel staat. De fietsen kunnen helaas niet in onze kamers, dus zetten we ze in de bus. Daar staat zomaar een busje op het parkeerdak met een dikke 40 duizend euro aan fietsen…..

Dag 3 Maandag 25 mei

Rastatt naar Lahr Duitsland

130,2 km, 1779 hm

De route van vandaag is verkort: we hebben het allemaal best zwaar in de hitte en we weten dat we nog flink wat kilometers en hoogtemeters voor de boeg hebben de komende dagen. Frits heeft er 15 km af kunnen halen en daarmee ook wat hoogtemeters.

We kronkelen onze weg uit Rastatt vandaan en rijden op brede, goed geasfalteerde wegen richting het Zwarte Woud. Het is geweldig om te merken dat automobilisten in Duitsland veel rekening houden met fietsers; ze halen pas in als het veilig is en ze gaan met een ruime boog om ons heen.

En dan komen we op een fietspad dat heel glooiend, geleidelijk aan stijgt, een soort kilometerslang vals plat.

We komen veel mensen op elektrische fietsen tegen op dit touristische pad, waarschijnlijk vanwege het Pinksterweekend. Via graslanden stijgen we naar bos op een uit de bergflank gehouwen fietspad. Aan onze rechterkant zien we  het dal met een éénbaans spoor steeds wat dieper liggen. Het is lekker fietsen.

Totdat we een scherpe bocht moeten maken en het pad ineens onverwacht een meter of 25 heel steil omhoog gaat. “Terug schakelen” denk ik en flip mijn rechter shifter een paar keer naar binnen om op mijn grootste achterblad te komen. “Aanzetten nu” denk ik en voel dan ineens dat mijn benen wel kracht willen zette, de pedalen als een malle draaien, maar ik heb geen weerstand. Mijn wielen komen niet vooruit en mijn vaart is volledig weg. “De ketting ligt eraf!” In een fractie van een seconde gebeurt er van alles: ik denk: “ik ga vallen, ik ga achteruit rollen, als er maar niemand uit het peloton over me heen fietst.”

Ik laat me vallen op mijn linker zij en voel hoe ik door de zwaartekracht achterover wordt getrokken. Daardoor maak ik een soort achterwaartse koprol en zie mijn fiets boven me langsgaan, want mijn schoenen zijn nog in de pedalen geklikt. Ik gil iets van de schrik en hoor fietsbanden achter mijn hoofd langsrijden. En dan is het ineens ook weer voorbij. Dit is de meest bizarre val die ik ooit heb meegemaakt en wat een wonder dat het zo goed is afgelopen, want voor zover ik me kan beseffen mankeer ik niks.

Maar ja, daar lig ik dan midden op het steile stuk. Eerst probeer ik mijn voeten uit te klikken om te kunnen gaan staan. Dan kijken of ik naar boven kan lopen, zodat ik niet in de weg sta voor andere fietsers.

Eenmaal boven komt Peter (niet alleen imker, maar ook zoon van een fietsenmaker!) mij te hulp. Heel geduldig bekijkt hij mijn fiets op schade. De achter derailleur is flink aangedaan en de ketting zit vastgeklemd tussen frame en achterblad. Peter rommelt, draait, sleutelt, trekt, buigt en dan lijkt het alsof de ketting weer goed ligt en de derailleur zijn werk weer doet. Wat een held!

Ik merk dat ik mijn vertrouwen in mijn fiets een beetje kwijt ben, want als ik op zo’n spannend moment ineens niet meer vooruitkom, durf ik dan nog wel te klimmen? En wat als de remmen er óók ineens mee stoppen? Wat als ik niet meer kan schakelen op een moment dat ik dat nodig heb? Er komen nogal wat hoogtemeters aan de komende uren.

Ik stap weer op en we vervolgen de reis. Het pad stijgt verder door het koele bos, wat heel fijn is met deze warmte. En dan komt er een klim van 8 kilometer met een stijgingsgemiddelde van 5 %. Heel rustig rij ik omhoog met mijn klim buddy Rob naast me. Ik voel dat mijn fiets doet wat het moet doen, het schakelen lukt en er zijn geen rare geluiden. Rob en ik peddelen gestaag omhoog, we praten niet zoveel, maar het is een fijn gevoel dat ik niet alleen ben. Zo’n klim kost wel wat tijd!

Niet lang daarna weer een klim van gemiddeld 12%, drie kilometer lang. Het helpt me heel goed om de juiste cadans te vinden, hartslag rond de 120-130 te houden en blijven trappen. Mijn vertrouwen groeit weer.

Het afdalen achter Guy aan is heerlijk: achter op het zadel gaan zitten, goed vooruitkijken hoe de bochten lopen, met je gewicht de bochten insturen, meedraaien met je hoofd, kijken waar de weg weer verder gaat. Genieten hoe je afkoelt, je hartslag daalt en de spieren weer ontspannen.

Toch is het rijden in heuvelachtig landschap ook raar: het ene moment raast de wereld aan je voorbij en wappert je haar met 60 km per uur aan je hoofd, het volgende moment dient een nieuwe klim zich aan en voelt het alsof je stil komt te staan en kruip je stapvoets omhoog.

We hebben ’s middags een fantastische pauzeplek, waar Hans de bus heeft weten te parkeren in het bos, net naast een haarspeldbocht. De bus is een soort hemel op wielen!

In het laatste stuk tot het hotel zit nog een rottige klim zegt Garmin, het is donker- intimiderend rood. Maar, omdat ik dus niet meer naar de hoogteprofielen kijk, negeer ik het en denk: “komt wel goed”.

Met optimisme rijden we over een mooi boerenweggetje, langs hooiland, in de late middagzon, niks aan de hand.

Totdat het weggetje ineens best wel steiler wordt. De kwaliteit van het asfalt neemt af, er zitten stukken grof grind tussen. Ik moet nu flink trappen en uitkijken voor kuilen en stenen. Mijn hartslag gaat weer omhoog, net als mijn ademhaling. Nu wordt het toch wel heel hard werken en best wel een beetje spannend. En dan is het zó ontzettend steil dat ik denk dat ik het niet ga redden. Ik weet niet meer waar ik de lucht vandaan moet halen en ik twijfel of mijn beenspieren dit gaan volhouden, terwijl ik voor mij de weg alleen maar verder zie stijgen. Ik wil stoppen en afstappen, zodat ik van deze situatie verlost ben. En dan hoor ik Otto naast me:” dit gaat je lukken Maggie, even wat rustiger ademen en blijven trappen”. “Rustiger ademen, kan dat dan?!” Ik probeer het en tot mijn stomme verbazing merk ik dat het inderdaad kan! En ook het blijven trappen lukt. Het is alleen een kwestie van volhouden, wat fijn! Als we bijna boven zijn en ik het einde kan zien, neemt de wegaansluiting nog nét even een paar procent meer stijging, welja! En dan zijn we weer op een vlakke weg, wat heerlijk! Dik 18% of meer; geschaft, ik leef nog! Hell yess!

Overig

Bericht navigatie

Vorig bericht: Van Stelvio naar La Planche: hoe het avontuur begon
Volgend bericht: Door de Elzas: klimmen, doorzetten en de Petit Ballon
  • Facebook
  • Instagram
  • Link

Laatste berichten

  • De laatste kilometers: terug naar Bastogne
  • Op weg naar huis: kanalen, lekke banden en 39 graden
  • Door de Elzas: klimmen, doorzetten en de Petit Ballon
  • Hitte, hoogtemeters en een tweede kans
  • Van Stelvio naar La Planche: hoe het avontuur begon

Aankomende evenementen

  • Dagje uit (G-rijders) op 20 augustus 2026
  • Vorkje prikken (G-rijders) op 27 augustus 2026
  • 35-JARIG LUSTRUM FEEST WTC CULEMBORG op 6 september 2026 13:00
  • Herfsttocht op 18 oktober 2026 09:00
  • Najaars Ledenvergadering op 26 oktober 2026 20:00

Onze Kledingsponsoren

Onze Adverteerders

Copyright © 2026 WTC Culemborg.